Dat schijnt een normaal verschijnsel te zijn onder ‘seizoenswerkers’. Ik kan er nu veilig over schrijven want het is nog een ruime 4 weken en dat is duidelijk voorbij het mid season.
We zijn gaandeweg het seizoen wat medewerkers verloren (eentje in de keuken en eentje in de bediening), waardoor het voor de overblijvers een stukje drukker werd. Voor de keuken werd een oplossing gezocht in de persoon van Maxim, een man uit Benin die onder semi-valse voorwendselen door een vrouw naar Frankrijk is gelokt en die nu in een dead-end street vast zit (is dead-end vallei een woord?) en geen kant meer op kan. Niet meer terug naar Benin, maar ook hier heeft hij niet echt een leven (hij schijnt nog nooit in 3,5 jaar uit de vallei geweest te zijn). Zijn leven is werken en nog meer werken – want ook kinderen in Afrika. Hij heeft een fulltime baan bij de Super U in Vinzier en werkt nu 4 dagen per week mee met Adi. Hierdoor is de voertaal in de keuken iets Franser geworden, want Maxim verstaat geen Nederlands, alhoewel hij al wel heel goed ‘jaaaa’ kan zeggen als Adi hem roept, en dat klinkt best grappig in al zijn normaliteit. Hij heeft in het verleden al vaker meegeholpen in de keuken. Het is een secure man in een weinig benijdenswaardige positie alleszins. Adi neemt hem nu wat onder zijn hoede. Hij gaat ermee op pad – naar een all you can eat buiten de vallei!
Voor de bediening is er nog niet zo veel geregeld, de vrouw van Lukas moest wel eens afwassen en Alke doet zelf ook heel veel extra, maar dat is nog geen volledig persoon. De afgelopen weken zat het hotel aardig vol, waardoor de werkdruk opliep tot hoogtes waar een gynecologie/schouder combinatieprogramma’tje in Zevenaar zenuwachtig zou van worden. Dus minder vrije tijd en in hetzelfde tempo een vermindering van het goede humeur. In stilte werd er inwendig gemord, en dus was het tijd voor een teambespreking – het is ook overal hetzelfde. De puntjes op de i zetten, de neuzen dezelfde kant op laten wijzen, wat bemoedigende woorden – deze dip is ook geheel volgens verwachting. En dan mag iedereen bij de rondvraag nog iets zeggen (‘ik vind dat ik te veel moet werken’) en we konden er weer tegenaan. Dat er weer een paar gaten in het rooster vielen – in de positieve zin – samen met een toename van de zonuren, hielp ook goed mee om het algemene welbevinden weer wat op te krikken.
Geef een reactie