Enigszins overlappend met het bezoek van Ageeth, Kris en Mollie, kwam mijn zus ook langs. Daardoor konden we op donderdag de dag gedeeltelijk samen doorbrengen. Mijn zus en ik wilden natuurlijk bergop lopen, en dat stellen anderen dan weer wat minder op prijs. Een gelukkig toeval wil dat de liften inmiddels open zijn en dat Mollie daar ook mee op mag, dus zo konden we elkaar boven treffen om een stukje verder te lopen samen, op weg naar Le Lac Vert, waar je een taartje kan eten alvorens terug te keren naar de top van de Rochassons lift. Om de beentjes te sparen zo voor de eerste dag, nam ons Tinne de Fantasticable naar beneden en wij een liftje.

Vrijdag was het nog steeds mooi weer en gingen mijn zus en ik van de gelegenheid gebruik makend maar meteen de Koninginnerit aan, oftwel de beklimming van de Mont de Grange, en enorme berg tegenover het hotel. In al die tijd dat ik kom was ik daar nog nooit op geklommen, ik had er altijd wel wat ontzag voor, veel hoogtemeters, veel kilometers, je kent het wel. Al met al was het een prachtige tocht, waarbij er op de terugweg via de Refuge de Trebentaz ook ruimte was voor een lekkere koude Cola Zero. Het was regelmatig bewolkt wat uiteindelijk voor prachtige plaatjes zorgt.


Zaterdag reden we naar Site de Bise, om daar de ‘wandeling met gegarandeerde steenbokken’ te doen – wat eerder met Aafke bij diezelfde tocht prima gelukt was – maar die hadden daar zelf hele andere ideeen over. Wel werd ik aangevallen door mijn eigen drone op de graat, en samen werden we uitgelachen door een steenbok bij een lastig stukje waar we echt moesten klauteren. Op die plek was vorig jaar een gast van het hotel naar beneden gevallen begreep ik later. Dat van dat vallen wist ik wel, niet de exacte plek. De steenbok hupst er vrolijk overheen. In de vallei waar we geparkeerd stonden was wel Cola Zero te krijgen. En een taartje.


En dan maandag alsnog een mooie uitdagende wandeling naar Cornettes de Bise gemaakt, met de zus en met Iris (collega) – die wilde graag mee met ons. De voorspellingen waren matig, maar volgens Alke zou het droog blijven (hij is mijn persoonlijke weerman, want ik kan namelijk zelf niets opzoeken op het internet – nee serieus, op de 1 of andere manier is zijn info altijd beter) tot een uur of 3, en we moesten hem maar rechtsom lopen. Dat was allemaal leuk en aardig bedacht, tot we boven op de top stonden, zonder enig zicht in de verte. Onderweg waren we een kudde steenbokken gepasseerd met jonkies, maar toen waren de weersomstandigheden al niet echt meer verenigbaar met ritsen openen en foto’s trekken. We hadden het ijskoud, het waaide, we voelden onze handen niet meer, en toen moesten we naar beneden. Volgens mijn routeplanning was er een stuk met 96% helling. Dat is al niet om te lachen bij mooi weer. Ook ontbreekt er op enig moment een stuk berg, niet optimaal als het nat en koud is. Dus bovenop de berg hebben we Alke met zijn goeie ideeen wel vervloekt. Uiteindelijk hebben we onze weg voorzichtig naar beneden gezocht, en zijn we daar prima gearriveerd. Dat het opklaarde en opwarmde hielp daar zeker aan mee, en we konden terugkijken op een licht heroische tocht.


Dinsdag heb ik de zus den berg opgesleurd om een Strava segmentje te pakken richting Lac d’Arvoin – meteen het einde van haar vakantie. Het was nog steeds bijzonder frisjes. De eerste keer dat ik met een lange broek de berg op liep.


Geef een reactie