Categorie: Blog

  • Grammont in de herhaling

    Aangezien ik ontdekt had dat de Grammont helemaal niet zo ver weg is hemelsbreed, ontspon zich het plan in mijn hoofd om er vanaf hier naartoe te gaan. ‘Hier’ is enigszins ruim te nemen, want ik mocht de auto wel een beetje gebruiken om de eerste 3 saaie kilometers te overbruggen – of ik mocht hem al wat hogerop parkeren (dat zou uiteindelijk wel hoogtemeters besparen maar geen kilometers). Dagen de kaart bestudeerd, lijnen getrokken, overlegd met Alke (waarom ga je niet hierlangs? Nee daar zaten de schapen vorige keer!) om te kijken of het haalbaar is en niet te gek, en toen was het plots weer mooi weer en een vrije dag, dus niets stond mijn plannen nog in de weg.

    Vol goede moed toog ik op pad. Het begin ging voorspoedig genoeg. Eenmaal afdalend in Zwitserland na de Col de Vernaz, zag ik een grote kudde schapen op het pad waarlangs ik al wist dat ik zou terugkeren. Overleg gepleegd met de schaapherders, en volgens hen zou het helemaal goed komen als ik over de Col de Chaudin zou terugkeren (wat ook mijn plan was). Gerustgesteld vervolgde ik mijn tocht, op weg naar de eerste top, de Alamont – die had ik vorige keer links laten liggen, want anders had ik met slecht weer via de graat moeten doorklimmen naar de Grammont en dat is niet verstandig. De klim naar de Alamont was steil, maar ik kreeg er mooie vergezichten voor terug.

    Les Dents du Midi en de Mont Blanc in 1 shot

    De graat is niet voor mij, ik vind dat nogal spannend, een afgrond aan 2 kanten, maar ook daar kwam ik goed overheen, om aangekomen op de Grammont een heleboel mensen aan te treffen, tot en met een schooklas die langs de andere kant naar boven kwam. Vorige keer stond ik er moederziel alleen tijdens het onweer, en nu zaten er al minstens 15 mensen, die allemaal gekke dingen deden met het blinkende kruis. Het uitzicht was zoals verwacht fenomenaal. Les Dents du Midi, de Mont Blanc, het Lac Léman, de snelweg die uit de bergen komt vanaf de Eurpose waterscheiding, ze waren er allemaal. Maar het was zo druk op de berg dat ik maar gauw doorging, want ik had nog een behoorlijke trippel voor de boeg.

    Het ijzeren kruis op de top van de Grammont bij goed weer
    Met een onderweg gevonden cowboyhoed op de foto

    Ik kwam in een verlaten vallei uit, waar het zoeken was naar het pad, en waar ik geen mens meer zag.

    Ik liep naar de Col de Chaudin – enigszins twijfelend of dat goed ging, en ineens stond er op die col – je gelooft het niet – een blonde trailrunster van een jaar of 30 zorgelijk te kijken want ze zag het pad niet. Ik vroeg me af waar ze uberhaupt vandaan was gekomen, wat er was maar 1 pad daarheen voor zover ik wist en daar was ik vandaan gekomen, en ik kan je vertellen, ik zou haar nooit ingehaald hebben. Enfin, ik nog proberen een praatje te maken zo van waar ga je heen, (Sevan Devant), oh ja ga je ook over de Col de Vernaz (lege blik tot ik me herinnerde dat Alke zei dat hij in Zwitserland Col de Verne heet en mezelf corrigeerde) – ja dus. En weg was ze. Maar wat zag ik daar in de diepte? Heel veel schapen! En die trailrunster die er ook niet gerust op was. Wel fijn dat ze alvast de aandacht van de honden kon trekken, en er waren gelukkig nog veel mensen bij, dus die riepen naar die honden dat het goed volk was. Nochtans waren ze later niet meer zo blij toen ze me zagen, want ze zeiden: je zou toch Col de Chaudin doen! Dat hadden we geadviseerd! En ik helemaal confuus want dat had ik ook gedaan. Nu zijn er dus blijkbaar 2 van die collen. Ja, dan weet ik het ook niet meer! Enfin, eenmaal de schapen gepasseerd was het een kwestie van verder afdalen (de trailrunster verdween net zo plots als was opgedaagd), weer stijgen naar de Col de Vernaz van de ochtend en weer dalen naar de auto.

    De schapen
    Col (de) Chaudin en schapentoestand (links Frankrijk, rechts Zwitserland)

    En dan: douchen en BBQ!

    10
  • De avondshift (2)

    18.30 beginnen staat er dan op je rooster (al of niet gevolgd door SP, gecombineerd met 22.00, fin, sluit). Sluit heb ik nooit omdat ik niet in het hotel zit. SP behandelen we in de avondshift (3). Fin betekent tot alles klaar is, en 22.00 betekent dat je de volgende dag om 7 uur moet beginnen aan het ontbijt en dus mag je iets eerder stoppen.

    Er staat dus 18.30, maar in de praktijk is het raadzaam om om 18.00 ter plaatse te zijn, want dan wordt namelijk het eten geserveerd. We eten allemaal samen – degenen die willen, je mag ook meeeten als je niet aan het werk bent. Voor het toetje zijn we afhankelijk van wat overblijft van de gasten, dus dat is niet altijd voorhanden. Desalniettemin kom ik op dat gebied niets tekort.

    Om 18.30 doen we een briefing. De kok vertelt wat er op het menu staat, we bespreken de bijzonderheden/vegetarische mensen/allergische mensen/mensen die iets niet lusten (komkommer?). Hij geeft wat uileg bij de gerechten, zodat wij ook iets te vertellen hebben aan de gasten (zie ook: Pavlova, Parmentiersoep enzoverder enzovoort). Dan is het een race om de kaarsen aan te steken – mijn favoriete taak tussen half 7 en 7. Er moeten ook broodjes gesneden worden en die samen met de eerder klaargezette boter en olie op een plankje leggen. Karaffen met water worden gevuld, eventuele nog niet ingedekte tafels (de grote tafel achterin kan overdag door de gasten gebruikt worden om een spelletje te spelen enzo, zeker met slecht weer maken ze daar gebruik van) worden ingedekt.

    En dan om 7 uur is het zo ver. De eerste hongerige gasten melden zich. Het melden dient doorgaans te geschieden tussen 7 en 8. Vanaf dan is het non-stop door tot de laatste gasten koffie/thee/een digestief hebben genuttigd. Je staat werkelijk geen seconde stil. Naar de tafel gaan met een broodje, vragen hoe de dag was, beetje kletsen met de gasten. Zie hier ook het systeem met de kaartjes, dat op datzelfde moment in werking treedt. Drankjes opnemen, zelf klaarzetten op een plateau want het is hier geen café met een bar, in de computer zetten en door. De amuses worden meestal door de afwasser uitgeserveerd, om het opstarten wat vlotter te laten verlopen, maar daarna is alles voor degenen in de bediening. Voorgerecht, soms tussengerecht, brengen, afhalen en netjes bij de afwas zetten – debrasseren heet dat – nog meer drankjes serveren, het loopt allemaal door tot de laatste van tafel is. Eraan denken wijn te verkopen, of een lekker drankje bij het dessert, hiertoe speciaal geselecteerd door de kok.

    En dan ineens is iedereen weer verdwenen – niet altijd want er zijn mensen die soms heel uitgebreid blijven natafelen, al zijn dat meestal niet de ANWB stelletjes, die gaan op tijd naar bed. Maar dan is het nog lang niet klaar, want dan kunnen eindelijk alle glazen van tafel en kan de afwasser nog serieuzer aan de bak – hierover meer in de avondshift (3).

  • De Lemix week

    Deze week is een bijzondere week (geweest). Het hotel is volgestroomd met mensen die meedoen met de Legends Lemix en hun aanhang, supporters, ondersteuners, kinderen, organisators, werkelijk waar alles. Deze keer willen de gasten niet tegen ons praten, ze willen vooral graag met elkaar praten, elkaar mooie verhalen vertellen, de kaart bestuderen, de kaart in stukken knippen, en dat allemaal nog voor we de tafels hebben kunnen afruimen na het ontbijt.

    De Lemix is een trailrunwedstrijd waarbij in een tijdsbestek van 48 uur 135 km met 13500 hoogtemeters moet worden afgelegd. OMG dus. Er doen 11 mensen aan mee, de verwachting is dat ongeveer de helft de eindstreep haalt. Aan het begin van de week is er als opwarming een verkenning van de start het einde, een vertical kilometre, een sunset vertical (die is met taart boven op de berg), en vrije tijd om zelf naar een iets meer afgelegen stuk op de kaart toe te rijden en daar alvast de paden te gaan bekijken. Elke avond zijn er uitgebreide briefingen, de weerberichten worden met argusogen in de gaten gehouden en plannen worden gesmeed over hoe om te gaan met moeilijke passages in het midden van de nacht of bij slecht weer. Alke levert de route, maar dat betekent niet dat het over gebaande paden gaat. Er is een stuk door de ‘fenetre d’ardens’, waar je slechts geholpen door een touw dat Alke daar speciaal is gaan hangen 20 hoogtemeters loodrecht omhoog moet klauteren. Er zijn stukken waar je ‘gewoon naar boven’ moet lopen over een berg, naar een top, waar niet eens een suggestie van een pad is. Alke die zegt ‘hier naar boven, dan over de graat, en daar naar beneden’. Doe dat maar eens in het donker. Of in de mist, dat je niet eens de top in kwestie als baken kan gebruiken. De vrijwilligers bemensen een stuk of 7 controle posten, waar je even kan rusten, waar je spullen naartoe kan laten vervoeren, even bijtanken, wat eten, en dan maar weer door.

    Jullie snappen, ik ben stikjaloers op die mensen! Niet dat ik het zou kunnen, maar ik zou er wel mijn tanden willen in zetten. En dan maar zien waar ik strand, want dat zou zeker gebeuren.

    Voor degenen die het interessant vinden: hier kan je de deelnemers volgen. Ze zijn om 10.00 vanochtend gestart.

    Hoe de werkdag(en) hier verder gaan verlopen is mij volledig onduidelijk, er mag bijvoorbeeld vanavond gegeten worden tussen 1900 en 2200 (aanschuiven!) dus dat wordt nog wat. Mensen die mij kennen weten dat ik gebaat ben bij voorspelbaarheid, en nachtrust.

  • De kussens van de tuin

    In de lommerrijke tuin staan bankjes. Die bankjes hebben kussens. En die kussens, die zijn een bron van stress voor Alke. Want die mogen namelijk niet nat worden. Daar kunnen ze niet tegen, of misschien gaan ze schimmelen, of veranderen ze in pompoenen of wat dan ook. Ze moeten bij verwacht goed weer naar buiten tijdens de ochtendshift, vooropgesteld dat de bankjes droog zijn. Als er na de middag regen wordt voorspeld, dan moeten ze binnen blijven tijdens de ochtendshift. Als ze buiten zijn en het gaat regenen, is het zaak erbovenop te zitten en ze meteen naar binnen te brengen en rap een beetje. De gasten die er eventueel ook bovenop zitten moeten uiteraard eerst vriendelijk doch vastberaden verwijderd worden. Als het bijna gaat regenen maar tot die tijd is het heel warm: liefst de kussens binnen houden, tenzij het echt niet anders kan en de gasten bijna zelf de kussens naar. buiten halen. Het moet gezegd, toen het een keer ging hozen, hielpen diezelfde gasten keurig de kussens naar binnen te brengen. De vraag wordt dan ook vaak gesteld ‘heb je de kussens al gedaan?’ – dat kan zowel in de ochtend als in de avond, en dan wijst de richting zichzelf wel. De eerlijkheid gebied me te zeggen dat Alke het minstens net zo vaak zelf oppakt. In de ochtend is het ‘doe de kussens maar niet, het gaat regenen’, of ‘doe de kussens maar wel, maar hou het even in de gaten, hoe het gaat met het weer’. Met die kussens is er altijd iets te bespreken alleszins.

    De kussens naar buiten brengen verloopt volgens een vast stramien. Eerst de kussens voor de zitting. Met handig stapelen kan je er 5 tegelijk meenemen. Opgepast dat je dan niet klem komt te zitten tussen het scheve prieeltje (twee maal), want je kan niet echt zien waar je loopt. Dan de rugkussens, 2 onder elke arm, en dan nog minstens 2-3 in de handen. Je ziet waar je loopt dus de kans op klemzitten is kleiner. Dan zijn er ook de kussens voor de sofa die dan weer op de zitting van de sofa gestapeld kunnen worden, die je vervolgens dubbel vouwt tussen je armen, om zodoende zoveel mogelijk van die kussens tegelijk mee te nemen. Dit is mijn zwakke punt. Gaandeweg de gang naar de tuin verlies ik steeds meer kussens, zodat je mijn spoor kan terugvolgen naar de opslag bij de skilockers.

    In de avond vindt de hele exercitie plaats in omgekeerde volgorde. De kussens van de zitting worden heel precies 5 aan 5 op elkaar gestapeld, waardoor er voor de rugkussens een soort nis ontstaat waar die in een latere fase in kunnen gestapeld worden. De sofa kussens kunnen weer bovenop de zitting kussens. En dit op dagelijkse basis. En dan zijn er nog de parasols, die lekker groot zijn en eigenlijk gewoon heel handig. Iets te hoog voor mij om de hoes eroverheen te gooien, maar dat vraag ik dan soms aan langere mensen, of ik klim toch maar op een hoekbankje en hoop dat ik inmiddels niet zo zwaar ben geworden van het heerlijke eten dat het bankje omslaat.

    Nu dreig ik nog de hangmatten te vergeten! Dat overkomt me ook in het echte leven. Ik ben dan heel druk met op de kussens letten of ze niet nat worden, en achteraf blijken de hangmatten volledig uit het oog verloren te zijn en als een soort natte vodjes tussen de bomen achter gebleven te zijn.

    De makkelijk over het hoofd te ziene hangmat

  • Bezoek (3)

    Enigszins overlappend met het bezoek van Ageeth, Kris en Mollie, kwam mijn zus ook langs. Daardoor konden we op donderdag de dag gedeeltelijk samen doorbrengen. Mijn zus en ik wilden natuurlijk bergop lopen, en dat stellen anderen dan weer wat minder op prijs. Een gelukkig toeval wil dat de liften inmiddels open zijn en dat Mollie daar ook mee op mag, dus zo konden we elkaar boven treffen om een stukje verder te lopen samen, op weg naar Le Lac Vert, waar je een taartje kan eten alvorens terug te keren naar de top van de Rochassons lift. Om de beentjes te sparen zo voor de eerste dag, nam ons Tinne de Fantasticable naar beneden en wij een liftje.

    Vrijdag was het nog steeds mooi weer en gingen mijn zus en ik van de gelegenheid gebruik makend maar meteen de Koninginnerit aan, oftwel de beklimming van de Mont de Grange, en enorme berg tegenover het hotel. In al die tijd dat ik kom was ik daar nog nooit op geklommen, ik had er altijd wel wat ontzag voor, veel hoogtemeters, veel kilometers, je kent het wel. Al met al was het een prachtige tocht, waarbij er op de terugweg via de Refuge de Trebentaz ook ruimte was voor een lekkere koude Cola Zero. Het was regelmatig bewolkt wat uiteindelijk voor prachtige plaatjes zorgt.

    Zaterdag reden we naar Site de Bise, om daar de ‘wandeling met gegarandeerde steenbokken’ te doen – wat eerder met Aafke bij diezelfde tocht prima gelukt was – maar die hadden daar zelf hele andere ideeen over. Wel werd ik aangevallen door mijn eigen drone op de graat, en samen werden we uitgelachen door een steenbok bij een lastig stukje waar we echt moesten klauteren. Op die plek was vorig jaar een gast van het hotel naar beneden gevallen begreep ik later. Dat van dat vallen wist ik wel, niet de exacte plek. De steenbok hupst er vrolijk overheen. In de vallei waar we geparkeerd stonden was wel Cola Zero te krijgen. En een taartje.

    Attack of the drone

    En dan maandag alsnog een mooie uitdagende wandeling naar Cornettes de Bise gemaakt, met de zus en met Iris (collega) – die wilde graag mee met ons. De voorspellingen waren matig, maar volgens Alke zou het droog blijven (hij is mijn persoonlijke weerman, want ik kan namelijk zelf niets opzoeken op het internet – nee serieus, op de 1 of andere manier is zijn info altijd beter) tot een uur of 3, en we moesten hem maar rechtsom lopen. Dat was allemaal leuk en aardig bedacht, tot we boven op de top stonden, zonder enig zicht in de verte. Onderweg waren we een kudde steenbokken gepasseerd met jonkies, maar toen waren de weersomstandigheden al niet echt meer verenigbaar met ritsen openen en foto’s trekken. We hadden het ijskoud, het waaide, we voelden onze handen niet meer, en toen moesten we naar beneden. Volgens mijn routeplanning was er een stuk met 96% helling. Dat is al niet om te lachen bij mooi weer. Ook ontbreekt er op enig moment een stuk berg, niet optimaal als het nat en koud is. Dus bovenop de berg hebben we Alke met zijn goeie ideeen wel vervloekt. Uiteindelijk hebben we onze weg voorzichtig naar beneden gezocht, en zijn we daar prima gearriveerd. Dat het opklaarde en opwarmde hielp daar zeker aan mee, en we konden terugkijken op een licht heroische tocht.

    Site de Bise, van een eerdere wandeling, in de diepte. Op de achtergrond Lac Léman.
    Lopen langs de grens met Zwitserland

    Dinsdag heb ik de zus den berg opgesleurd om een Strava segmentje te pakken richting Lac d’Arvoin – meteen het einde van haar vakantie. Het was nog steeds bijzonder frisjes. De eerste keer dat ik met een lange broek de berg op liep.

    Succesvolle dag voor de zus!